Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat de korpschef aan appellant het betaalde griffierecht ten bedrage van € 413,-
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.984,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als wijkchef B bij de voormalige politieregio Utrecht, betwistte de vaststelling van zijn functie binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Hij stelde dat de toegewezen functie niet correct was gematcht en dat hij onterecht was uitgesloten van een hogere functie, Teamchef B (schaal 10).
De korpschef wees het bezwaar af en handhaafde de functie-indeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de matching onjuist was en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege onbillijkheid van overwegende aard. De Raad concludeerde dat de functie van wijkchef B terecht was ingedeeld in het domein Uitvoering, omdat deze geen eindverantwoordelijkheid draagt, in tegenstelling tot wijkchef C.
De Raad oordeelde dat de hardheidsclausule niet van toepassing is indien de ambtenaar geen functieonderhoud heeft aangevraagd, omdat dit risico bij de ambtenaar zelf ligt. Ondanks een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, bleef dit besluit in stand. Wel werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot functie-indeling en wijst toepassing van de hardheidsclausule af, maar veroordeelt de korpschef tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.