ECLI:NL:CRVB:2016:337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget ondanks wijziging rekeningnummer door derde
De zaak betreft een hoger beroep van de erven van betrokkene tegen het Zorgkantoor inzake de vaststelling en terugvordering van het persoonsgebonden budget (pgb) over het jaar 2010. Het Zorgkantoor had vastgesteld dat een bedrag van €806,95 niet verantwoord was en dit bedrag teruggevorderd. Appellanten voerden aan dat het bedrag nooit door betrokkene was ontvangen omdat Raad en Daad Thuiszorg B.V. zonder volmacht het rekeningnummer had gewijzigd en dat het Zorgkantoor had moeten controleren.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 december 2014 waarin werd bevestigd dat de verantwoordelijkheid voor het pgb bij de budgethouder ligt, ook als het beheer aan derden is overgedragen. De Raad oordeelt dat de beroepsgronden van appellanten niet leiden tot een ander oordeel en dat het risico van problemen door de werkwijze en het faillissement van Raad en Daad bij de budgethouder ligt.
De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door A.J. Schaap in aanwezigheid van griffier J.R. van Ravenstein op 27 januari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het niet verantwoordde pgb-bedrag en wijst het beroep af.