ECLI:NL:CRVB:2016:3369
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in herzieningsverzoek afgewezen door Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en de gronden van het verzoek niet tijdig waren ingediend.
In het verzet tegen deze beslissing stelt verzoeker dat hij het griffierecht wel tijdig heeft betaald en is bereid het opnieuw te voldoen. Hij verzoekt om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad oordeelt dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was. Zijn stelling is niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke kader biedt geen mogelijkheid om een nieuwe termijn voor betaling te gunnen.
Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard en wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheid van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.