ECLI:NL:CRVB:2016:3353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en maakte gebruik van een postadres van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam. Na een melding dat appellant sinds december 2014 geen post had opgehaald, verzocht het college hem om diverse gegevens, waaronder 7-dagen formulieren en bankafschriften, binnen een gestelde termijn aan te leveren.
Appellant heeft niet aan dit verzoek voldaan, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet. Appellant voerde aan dat geen belangenafweging had plaatsgevonden en dat hij in bezwaar met 7-dagen formulieren had aangetoond dat hij in de gemeente verbleef.
De Raad oordeelde dat gegevens die na de hersteltermijn worden ingediend geen betekenis hebben, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat tijdige aanlevering redelijkerwijs niet mogelijk was, wat hier niet het geval was. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens wordt bevestigd.