ECLI:NL:CRVB:2016:3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na beoordeling arbeidsongeschiktheid kapster
Appellante was werkzaam als kapster bij twee salons en meldde zich ziek terwijl zij één dag per week bleef werken. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld per 10 juni 2015. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond vanwege de juistheid van de medische rapporten.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen werden onderschat, mede vanwege moeilijk objectiveerbare klachten en psychische klachten. Zij overlegde aanvullende medische informatie, waaronder een rapport van een anesthesioloog/pijnbestrijder.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en volledig waren en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De klachten van appellante vormden geen objectief medisch vast te stellen belemmering voor haar kapperswerkzaamheden, rekening houdend met het gebruik van een zadelkruk en de mogelijkheid tot afwisselend staan en zitten.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellante geen recht heeft op ziekengeld vanaf 10 juni 2015. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op ziekengeld vanaf 10 juni 2015.