ECLI:NL:CRVB:2016:3301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toelage onregelmatige dienst na wijziging rooster en afbouwtoelage
Betrokkene, werkzaam als burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, ontving een toelage onregelmatige dienst (TOD) voor het verrichten van onregelmatige diensten. Per 1 april 2013 werd de TOD beëindigd en een afbouwtoelage toegekend. Betrokkene maakte bezwaar tegen de salarisspecificatie waaruit bleek dat de TOD niet meer werd uitbetaald en tegen het besluit tot beëindiging van de TOD.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de salarisspecificatie niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit tot beëindiging van de TOD. In hoger beroep herstelt de Raad dit en oordeelt dat het bezwaar tegen de salarisspecificatie wel ontvankelijk is, omdat het rechtsgevolg van de salarisspecificatie losstaat van het besluit. De Raad stelt vast dat het stopzetten van de TOD niet terecht is gemotiveerd met een wijziging van het rooster, omdat het rooster niet uitsluit dat betrokkene onregelmatige diensten verricht.
Desondanks oordeelt de Raad dat het beëindigen van de TOD per 1 april 2013 gerechtvaardigd is, omdat betrokkene vooraf is geïnformeerd dat hij geen onregelmatige diensten meer zou verrichten en het niet onmogelijk was om arbeid in reguliere werktijden te verrichten. De afbouwtoelage is passend. Het beroep tegen het afwijzen van een vaste TOD voor 55-plussers wordt ongegrond verklaard, omdat geen sprake is van verboden onderscheid of gelijke gevallen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot beëindiging van de TOD, maar laat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand. Het beroep tegen het afwijzen van de vaste TOD wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de toelage onregelmatige dienst wordt gegrond verklaard en vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het beroep tegen het afwijzen van de vaste toelage wordt ongegrond verklaard.