ECLI:NL:CRVB:2016:3220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens te hoog fiscaal inkomen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag voor de jaren 2008 tot en met 2012. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze aanvragen afgewezen omdat het fiscaal inkomen van appellant in meerdere jaren hoger was dan 110% van de geldende IOAW-grondslag.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat het college de bezwaarprocedure zorgvuldig heeft gevolgd en terecht is uitgegaan van het fiscaal inkomen volgens de geldende verordeningen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het college ten onrechte het fiscaal inkomen in plaats van het besteedbaar inkomen heeft gehanteerd en dat de bezwaarprocedure onzorgvuldig was. Tevens stelde appellant dat advertenties in de krant hem een gerechtvaardigde verwachting hadden gewekt dat hij recht zou hebben op de toeslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die de eerdere gemotiveerde beslissing onjuist maken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan. Een informatieve advertentie kan geen gerechtvaardigde verwachting scheppen.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd.