ECLI:NL:CRVB:2016:3174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toekenning LFNP-functie Bedrijfsvoering ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Appellant was werkzaam bij de voormalige politieregio als [functie A] en werd bovenformatief geplaatst in een andere functie. De korpschef besloot tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie Bedrijfsvoering [functie C]. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn tijdelijke bovenformatieve plaatsing in het kader van een ontwikkeltraject niet werd meegewogen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat een collega met dezelfde uitgangspositie een andere functie was toegekend. Ook stelde appellant dat hij door de toekenning van deze functie OVW-periodieken misloopt.
De Raad oordeelde dat de tijdelijke bovenformatieve plaatsing niet aan de toekenning in de weg staat en dat appellant geen functieonderhoud heeft gevraagd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de korpschef heeft aangetoond dat de collega ook is gematcht op dezelfde LFNP-functie. De waardering van OVW-periodieken is een waarderingskwestie die niet relevant is voor de overgang naar een LFNP-functie. Hoewel de korpschef op enkele punten minder nauwgezet heeft gehandeld, leidt dit niet tot vernietiging van het besluit. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van de LFNP-functie Bedrijfsvoering wordt bevestigd.