ECLI:NL:CRVB:2016:3141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als beveiliger/straatcoach, meldde zich ziek wegens voetklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten niet juist waren ingeschat, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts had uitgebreid onderzoek gedaan, ook naar psychische klachten, en concludeerde dat deze niet leidden tot beperkingen op de peildatum. Appellant had geen medische gegevens overgelegd die dit tegenspraken.
De Raad oordeelde dat het onderzoek de juiste medische grondslag bood en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering WIA-uitkering bevestigd.