ECLI:NL:CRVB:2016:308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening na te betalen bijstand na teruggave heffingskorting
Appellanten ontvingen bijstand volgens de WWB en kregen daarnaast een voorlopige teruggave van de algemene heffingskorting over 2012. Het college bracht deze teruggave in mindering op de bijstand, maar de definitieve aanslag van de Belastingdienst corrigeerde het recht op heffingskorting naar een lager bedrag, waardoor appellanten een bedrag moesten terugbetalen.
Het college herrekende daarop de bijstand en stelde een na te betalen bedrag vast. Appellanten waren het niet eens met deze berekening en stelden dat het bedrag hoger had moeten zijn, omdat zij vonden dat de voorlopige teruggave van vóór de bijstandsperiode niet had mogen worden toegerekend aan de periode waarin zij bijstand ontvingen.
De Raad oordeelde dat zowel de voorlopige als de definitieve teruggave over het gehele jaar 2012 als inkomen moeten worden toegerekend aan de periode waarop de bijstand betrekking heeft, conform de WWB. De stelling van appellanten werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook het bezwaar dat het college had moeten adviseren de voorlopige teruggave stop te zetten, werd afgewezen.
De berekeningswijze van het college werd als juist beoordeeld en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Noord-Holland werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het na te betalen bedrag door het college wordt bevestigd.