ECLI:NL:CRVB:2016:3061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering op juiste medische gronden bevestigd
Appellant, voormalig senior systeembeheerder, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde de Ziektewet-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de klachten onvoldoende ernstig waren om arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen.
In hoger beroep bracht appellant nieuwe verklaringen van zijn psycholoog en een orthopeed naar voren, stellende dat zijn klachten ernstig zijn en werkhervatting niet mogelijk is. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze informatie onvoldoende aanleiding geeft om te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die appellant persoonlijk onderzocht en de medische gegevens zorgvuldig heeft gewogen.
De Raad benadrukt dat de psychische klachten niet leiden tot ongeschiktheid voor de eigen arbeid en dat de lichamelijke klachten, hoewel aanwezig, niet zodanig zijn dat appellant zijn werkzaamheden niet kan verrichten. Er is geen nieuwe medische informatie die het eerdere oordeel ondermijnt. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens geschiktheid voor eigen arbeid.