ECLI:NL:CRVB:2016:3004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.S. de Vries
- N.R. Docter
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag hulp bij huishouden op grond van Wmo na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante verzocht op 26 november 2012 om hulp bij het koken en kleding wassen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen wees de aanvraag op 4 april 2013 af, omdat geen medische grondslag bestond en het overnemen van taken een anti-revaliderend effect zou hebben. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante tijdens premediationgesprekken verklaarde geen huishoudelijke hulp meer nodig te hebben.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, oordelend dat het college onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en dat de medisch adviseur de klachten zorgvuldig had onderzocht. Appellante stelde in hoger beroep dat haar lichamelijke klachten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten.
De Raad oordeelt dat het college terecht medisch advies heeft ingewonnen en dat het onderzoek zorgvuldig was. De medisch adviseur baseerde haar advies op anamnese, overleg met betrokkenen en dossieronderzoek, inclusief rapportages van buitenlandse artsen. Er was geen medische objectieve grondslag voor de toegenomen lichamelijke klachten. Appellante kon de huishoudelijke taken zelfstandig uitvoeren, rekening houdend met haar beperkingen.
De Raad ziet geen reden om het college te verwijten ten onrechte de bevindingen van de medisch adviseur te hebben gevolgd. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor hulp bij het huishouden wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.