ECLI:NL:CRVB:2016:3
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand studiekosten en toekenning inrichtingskosten als lening
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, schulden, kleding en studiekosten. Het college kende alleen bijzondere bijstand toe voor inrichtingskosten als lening en wees de rest af. De rechtbank vernietigde het besluit deels en verhoogde het bedrag voor inrichtingskosten.
In hoger beroep richt appellant zich tegen de afwijzing van studiekosten en de vorm van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. De Raad stelt vast dat het college de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten alsnog om niet zal toekennen en reeds afgeloste bedragen zal terugbetalen.
De Raad bevestigt dat studiekosten niet noodzakelijk zijn in de zin van artikel 35 WWB Pro, omdat de wens tot persoonlijke ontwikkeling en verbetering van arbeidsmarktpositie onvoldoende is om de kosten als noodzakelijk aan te merken. Het hoger beroep slaagt daarom alleen voor de inrichtingskosten, niet voor de studiekosten.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor het hoger beroep, maar beslist niet over griffierecht omdat appellant daarvan is vrijgesteld.
Uitkomst: Bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt om niet toegekend, studiekosten worden afgewezen wegens gebrek aan noodzakelijkheid.