ECLI:NL:CRVB:2016:2991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende onderbouwing
Appellant verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van in het verleden in Nederland verrichte werkzaamheden tussen 1973 en 1981. Hij heeft echter niet duidelijk gemaakt wanneer hij ziek is geworden, noch zijn arbeidsverleden en medische situatie voldoende onderbouwd. Het UWV kon deze gegevens ook niet in de eigen administratie vinden en besloot daarom de aanvraag niet verder in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van griffierecht, zonder nader onderzoek naar de financiële situatie van appellant die geen directe band met Nederland heeft. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de verschoonbaarheid van het niet betalen van het griffierecht.
De Raad besluit de zaak zonder terugwijzing af te doen en verklaart het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend omdat daarvoor geen aanleiding bestaat.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van de aanvraag.