ECLI:NL:CRVB:2016:2980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding inkomsten partner en geen duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, terwijl zij gehuwd was met M. M behoorde vanwege zijn verblijfsstatus niet tot de kring van rechthebbenden. Het dagelijks bestuur van Optimisd ontdekte dat appellante en M samenwoonden en dat appellante de inkomsten van M niet had gemeld, waardoor de rechtmatigheid van de bijstand in twijfel werd getrokken.
Na onderzoek en bezwaar besloot het dagelijks bestuur de bijstand en toeslagen over de periode van december 2009 tot mei 2011 in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij duurzaam gescheiden leefden van M. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat duurzaam gescheiden leven vereist dat beide echtgenoten hun leven afzonderlijk leiden met de intentie dit bestendig voort te zetten.
Appellante stelde dat M in België woonde vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning, maar dit werd niet als duurzaam gescheiden leven erkend omdat M regelmatig bij het gezin verbleef en de wens bestond de echtelijke samenleving voort te zetten. Ook was het niet relevant hoe hoog de inkomsten van M waren; het niet melden hiervan was voldoende voor schending van de inlichtingenplicht.
De Raad concludeert dat appellante gehouden was de inkomsten van M te melden en dat het beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.