Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf dat haar een persoonsgebonden budget (pgb) toekent voor hulp bij het huishouden. Het medisch advies vermeldde expliciet smetvrees, wat aanleiding was voor extra tijd voor schoonmaakwerkzaamheden. Appellante vorderde daarnaast extra compensatie voor het klaarzetten van een tweede broodmaaltijd en voor het reinigen van haar scootmobiel.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de toegekende hulp voldoende is, mede omdat het eenmaal klaarzetten van twee broodmaaltijden voor de gehele dag volstaat en de compensatie voor schoonmaakwerkzaamheden passend is. Tevens werd het pgb-tarief van €18,07 per uur voldoende onderbouwd.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie en dat het college de smetvrees niet adequaat had meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch advies juist was betrokken bij het besluit, dat geen medische informatie was overgelegd die meer hulp rechtvaardigt, en dat de jurisprudentie geen indicatie voor extra tijd voor een tweede broodmaaltijd vereist.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.