ECLI:NL:CRVB:2016:2946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was werkzaam als koerier en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek vast dat appellant per 14 augustus 2014 geen recht meer had op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn rugklachten waren toegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met medische informatie zoals een MRI-scan en het medisch dossier. De verzekeringsarts heeft geen beperkingen vastgesteld die het recht op ziekengeld rechtvaardigen.
De door appellant overgelegde aanvullende medische rapporten en informatie van het Instituut Psychosofia zijn door de verzekeringsarts beoordeeld en geven geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad benadrukt dat de beoordeling zich richt op de actuele medische situatie op de datum in geding en niet op de duurzame belastbaarheid van appellant.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 augustus 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld blijft in stand.