ECLI:NL:CRVB:2016:2937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit na enkeloperatie
Appellant was kraanmachinist en meldde zich ziek vanwege rechterenkelklachten na een verzwikking en operatie. Na medische onderzoeken stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, maar concludeerde dat appellant in staat was om functies te verrichten waarbij hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en leverde aanvullend medisch bewijs aan, waaronder rapporten van zijn orthopedisch chirurg en pijnbehandelaar. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde een aanvullend onderzoek uit en bevestigde de eerdere functionele mogelijkhedenlijst (FML). Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep voerde appellant aan dat zijn pijn en medicatie hem arbeidsongeschikt maakten en dat hij een veiligheidsrisico vormde. De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd, dat appellant zijn eigen werk niet kon doen, maar dat hij wel in andere functies meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Daarom was het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen terecht. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.