ECLI:NL:CRVB:2016:2931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging toeslag bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres en geen zorgbehoevende moeder
Appellante ontving sinds 2000 aanvullend bijstand met een toeslag van 20%. Na anonieme tips en een onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij feitelijk woonde bij haar moeder en niet op het opgegeven uitkeringsadres. Het college besloot daarom de bijstand te herzien en terug te vorderen.
De Raad oordeelde dat het lage energieverbruik en getuigenverklaringen bevestigen dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde, maar bij haar moeder. Hoewel appellante stelde mantelzorg te verlenen en daardoor recht te hebben op een hogere toeslag, bleek uit de stukken dat haar moeder niet zorgbehoevend was in de zin van de WWB en de gemeentelijke verordening.
De Raad bevestigde dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door niet juist te melden waar zij woonde en dat de toeslag terecht werd verlaagd. De terugvordering van €13.478,57 is gegrond, en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de toeslag en terugvordering van bijstand bevestigd.