ECLI:NL:CRVB:2016:2919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen inhouding bijstand wegens beslag
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep beoordeelt het verzoek en stelt vast dat verzoeker maandelijks bijstand ontvangt waarbij 90% van de norm wordt uitgekeerd en 10% is ingehouden vanwege beslag.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en dat de rechtbank terecht geen spoedeisend belang heeft aangenomen. Tevens wordt vastgesteld dat tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep mogelijk is, tenzij sprake is van evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen, hetgeen niet is gebleken.
De voorzieningenrechter verwacht dat de Raad zich in de hoofdzaak onbevoegd zal verklaren en ziet daarom geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en verwachte onbevoegdheid in de hoofdzaak.