ECLI:NL:CRVB:2016:284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45% en de geselecteerde functies als geschikt werden aangemerkt. De rechtbank heeft een deskundige geraadpleegd die concludeerde dat er geen neurologische stoornissen zijn en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend zijn.
De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de beperkingen door het carpaal tunnelsyndroom (CTS) onvoldoende waren meegenomen, mede op basis van een telefoonverslag van een verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het deskundigenrapport heeft gevolgd en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om daarvan af te wijken. De Raad stelt vast dat de FML de beperkingen adequaat weergeeft en dat de functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd is vastgesteld op 35 tot 45% en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.