ECLI:NL:CRVB:2016:2799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding AOW-partnertoeslag
Appellant, geboren in 1946, ontving een AOW-partnertoeslag die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd beëindigd omdat hij in de Oekraïne woonde, waar geen handhavingsverdrag met Nederland geldt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank hem een ruimere termijn had moeten gunnen om alsnog beroep in te stellen. De Raad oordeelde dat appellant het bestreden besluit pas na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken ontving en dat de gebruikelijke termijn van twee weken na ontvangst om beroep in te stellen niet was nageleefd. De omstandigheden die appellant aanvoerde rechtvaardigden geen ruimere termijn.
De Raad stelde vast dat het handelen van de toenmalige gemachtigde van appellant voor rekening van appellant blijft en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.