ECLI:NL:CRVB:2016:2787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant was van 2008 tot 2010 magazijnmedewerker en ontving daarna een WW-uitkering. Na ziekmelding in 2011 is een WIA-beoordeling uitgevoerd waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde, maar appellant geschikt achtte voor andere functies. Het UWV besloot daarom geen WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het opleidingsniveau onjuist was vastgesteld, maar de Raad concludeerde dat dit niet aannemelijk was en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Ook de weigering van de Ziektewet-uitkering per september 2014 werd bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor passende functies en dat er geen verslechtering van zijn situatie was gebleken.
Daarnaast werd het bezwaar van appellant over vermeende taal- en communicatieproblemen verworpen, omdat uit diverse rapporten bleek dat hij de Nederlandse taal goed beheerst. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraken en wees de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en Ziektewet-uitkeringen en verklaart het hoger beroep ongegrond.