ECLI:NL:CRVB:2016:2774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een gevelreiniger, meldde zich ziek wegens nek-, rug- en later psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de WIA-uitkering op grond van het oordeel dat hij de geselecteerde functies met beperkingen kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend zijn. In hoger beroep betoogde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is en de functies niet kan vervullen, onderbouwd met medische stukken.
De Raad concludeert dat het medisch oordeel van het UWV zorgvuldig en juist is, dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de functies passend zijn. De overgelegde medische informatie biedt geen aanleiding tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.