ECLI:NL:CRVB:2016:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum IOAW-uitkering en afwijzing terugwerkende kracht
Appellant ontving eerder een IOAW-uitkering en heeft na het faillissement van zijn uitzendbureau een nieuwe uitkering aangevraagd. De aanvraag van 7 augustus 2013 werd buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Een latere aanvraag van 16 januari 2014 met terugwerkende kracht tot 18 september 2013 werd slechts toegekend vanaf 16 januari 2014.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij zich eerder had gemeld en dat de uitkering met terugwerkende kracht toegekend moest worden. De Raad oordeelde dat uit de correspondentie blijkt dat er geen lopende aanvraag was waarop nog niet was beslist en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een terugwerkende uitkering rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering wordt toegekend vanaf de datum van aanvraag, zonder terugwerkende kracht.