Uitspraak
OVERWEGINGEN
in- en uitladen van kratten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds januari 2011 werkzaam als magazijnmedewerker en meldde zich in november 2011 ziek vanwege rugklachten. Na het niet verlengen van zijn arbeidsovereenkomst werd hij vanaf januari 2012 door het UWV in aanmerking gebracht voor een Ziektewet-uitkering. Op 30 mei 2013 beëindigde het UWV deze uitkering omdat appellant volgens hen geschikt was voor zijn eigen arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, stellende dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant geschikt was voor zijn arbeid. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn fysieke beperkingen werden onderschat en verwees naar een brief van een revalidatiekliniek, maar deze was niet relevant voor de peildatum.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat appellant onvoldoende onderbouwing had geleverd om het belastbaarheidsprofiel aan te vechten. Omdat appellant en zijn gemachtigde niet verschenen waren ter zitting en geen aanvullende verklaringen hadden ingediend, werd het hoger beroep verworpen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.