ECLI:NL:CRVB:2016:2682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, laatst werkzaam in de wegenbouw, meldde zich ziek wegens verslavingsproblematiek en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten door verslaving. Het UWV overhandigde een aanvullend arbeidsdeskundig rapport waarin de noodzaak van begeleiding door een jobcoach werd benadrukt. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische en arbeidskundige beoordelingen.
Daarmee werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier G.J. van Gendt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.