ECLI:NL:CRVB:2016:2681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering met 59,68% verlies aan verdienvermogen na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat hem vanaf 24 december 2013 een WGA-uitkering toekent wegens arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80% met een vastgesteld verlies aan verdienvermogen van 59,68%.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat de medische beperkingen van appellant zorgvuldig en voldoende waren vastgesteld door verzekeringsartsen, die dossieronderzoek, anamnese en lichamelijk en psychisch onderzoek verrichtten. Diverse medische rapporten van orthopedisch chirurgen, neurologen, longartsen, psychologen en psychiaters werden betrokken bij de beoordeling. De rechtbank vond geen aanleiding voor een urenbeperking zoals appellant stelde.
In hoger beroep voerde appellant aan niet 40 uur per week te kunnen werken en bracht een aanvullende brief van een GZ-psycholoog in. Het UWV handhaafde het standpunt en leverde een aanvullend rapport van de verzekeringsarts.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV juist is, dat de beperkingen niet zijn onderschat en dat de geselecteerde functies passend zijn. De mate van arbeidsongeschiktheid van 59,68% wordt bevestigd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant recht heeft op een WGA-uitkering met een verlies aan verdienvermogen van 59,68%.