ECLI:NL:CRVB:2016:2676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant was werkzaam als productiemedewerker toen hij zich ziek meldde met psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde het UWV vast dat appellant vanaf 23 mei 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en beroep, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige het oordeel onderbouwden met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst en selectie van geschikte functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten waren toegenomen en dat de verzekeringsartsen onvoldoende informatie hadden opgevraagd. De Raad volgde dit niet, omdat de medische stukken, waaronder röntgenfoto's en neuroloograpporten, reeds waren meegewogen en de aanpassingen in de FML adequaat waren.
De arbeidsdeskundige had twee van zes functies laten vervallen, maar er bleven voldoende functies over die appellant kon verrichten. De Raad concludeerde dat appellant medisch in staat was deze functies te vervullen en dat hij daarmee 98,06% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld vervalt omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.