ECLI:NL:CRVB:2016:2634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet-verantwoord persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €50.050,73 voor AWBZ-zorg. Het Zorgkantoor keurde een deel van de verantwoorde betalingen af en stelde het recht op pgb vast op €42.575,76, met een terugvordering van €7.474,97 wegens niet-verantwoorde betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond, omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat zij meer aan zorg had besteed dan het Zorgkantoor had geaccepteerd. Ook het beroep op verminderde verwijtbaarheid en overmacht werd verworpen, aangezien appellante als budgethouder zelf verantwoordelijk was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden en voerde zij aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor ook zonder fraude tot terugvordering kan overgaan en dat geen nieuwe bewijsstukken waren overgelegd die het gelijkheidsbeginsel konden rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van het niet-verantwoorde pgb-bedrag wordt bevestigd.