ECLI:NL:CRVB:2016:2585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen onroerend goed in het buitenland
Appellant ontving bijstand volgens de WWB van mei 2009 tot mei 2011. Na een melding dat appellant eigenaar was van een appartement in Marokko, onderzocht de sociale recherche dit en vond dat appellant als eigenaar in het kadaster stond ingeschreven. Appellant had dit niet gemeld aan het college, waardoor hij de inlichtingenverplichting schond.
Het college trok de bijstand over de betreffende periode in en vorderde de kosten terug, omdat het appartement een vermogen vertegenwoordigde boven de vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet de economische eigenaar was en dat het appartement feitelijk eigendom was van zijn moeder, maar deze stelling werd niet onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de registratie in het kadaster de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellant over het vermogen kan beschikken. Appellant slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde, en dat geen fictieve interingsnorm van toepassing was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen appartement in Marokko.