ECLI:NL:CRVB:2016:2581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel bij onvoldoende gebruik van arbeidsinschakelingsvoorziening WWB
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is verplicht gebruik te maken van door het college aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Na het niet verschijnen op afspraken bij WorkFast en het niet aanleveren van gevraagde documenten, heeft het college een maatregel opgelegd waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd gedurende één maand.
De rechtbank had het besluit gedeeltelijk vernietigd en de maatregel verhoogd naar €600,- wegens recidive. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wegens ziekte niet kon verschijnen en dat hij de gevraagde documenten wel had ingeleverd. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon verschijnen of dat hij de documenten had aangeleverd.
Verder werd geoordeeld dat de persoonlijke omstandigheden van appellant, zoals medische beperkingen en financiële problemen, geen grond boden voor matiging van de maatregel. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van bijstand met €600,- wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.