ECLI:NL:CRVB:2016:2579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na een anonieme melding dat zij samen met appellant een gezamenlijke huishouding voerde en trok de bijstand met terugwerkende kracht in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van wederzijdse zorg, een essentieel criterium voor gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 lid 3 WWB Pro.
Het onderzoek van het college toonde geen substantiële financiële verstrengeling of voldoende feitelijke aanwijzingen dat appellant zorg droeg voor appellante of haar kinderen. Verklaringen van buurtbewoners waren onvoldoende concreet en incidentele zorgmomenten boden onvoldoende grondslag. De Raad stelde vast dat de bestreden besluiten niet zorgvuldig waren voorbereid en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad herroept het besluit tot intrekking van de bijstand en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van appellanten. Hiermee wordt het eerdere besluit van het college ongedaan gemaakt, omdat het bewijs voor een gezamenlijke huishouding ontbrak.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.