ECLI:NL:CRVB:2016:2574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellante ontving tot september 2013 bijstand en diende in september 2014 een nieuwe aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij onvoldoende informatie verstrekte om het recht op bijstand vast te stellen. Hoewel zij verklaarde financiële hulp te hebben ontvangen van vrienden en kennissen, gaf zij geen duidelijk inzicht in haar levensonderhoud met gemiddeld minder dan €100 per maand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij voldoende had aangetoond in bijstandbehoevende omstandigheden te verkeren en dat het niet kunnen onderbouwen van haar stellingen niet in haar nadeel mocht werken. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende inzicht had gegeven in haar financiële situatie, mede doordat de verklaringen van vrienden en kennissen niet concreet waren over bedragen en data van verstrekte hulp.
De Raad bevestigde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat het niet nakomen van de inlichtingenverplichting een geldige grond is voor weigering. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie en niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.