ECLI:NL:CRVB:2016:2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens passende lening bij kredietbank
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van de kamer van zijn dochter, een wasmachine, droger en een fiets, ter hoogte van €1.750,-. Het college wees de aanvraag af omdat appellant een lening bij de kredietbank kon aanvragen, welke lening uiteindelijk ook werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij alle benodigde gegevens had overgelegd en dat het college onheus had gehandeld door contact op te nemen met de kredietbank, wat hij als onrechtvaardig ervoer.
De Raad oordeelde dat de kredietbanklening een passende en toereikende voorliggende voorziening is volgens artikel 15 WWB Pro. De door appellant overgelegde afwijzingsbrief was onvolledig, waardoor het college bevoegd was om nader onderzoek te doen. De hogere kosten door kredietvergoeding veranderden hier niets aan.
De klacht over onheuse bejegening kon niet in deze procedure worden beoordeeld; hiervoor is een klachtenprocedure beschikbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat een lening bij de kredietbank als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.