ECLI:NL:CRVB:2016:2561
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bed-bad-broodvoorziening
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep tegen het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Het verzoek betrof het opleggen van opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, omdat verzoeker niet gebruik wilde maken van de vrijheidsbeperkende opvanglocatie.
Het college had verzoeker reeds in aanmerking gebracht voor een bed-bad-broodvoorziening, welke volgens de rechtbank en het college beschikbaar is voor verzoeker. Hierdoor oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen zolang de bodemprocedure loopt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen aanleiding was te veronderstellen dat verzoeker geen gebruik kon maken van de bed-bad-broodvoorziening. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en zonder zitting afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.