ECLI:NL:CRVB:2016:2557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen korting WW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving vanaf 15 april 2014 een WW-uitkering die door het UWV met ingang van 29 september 2014 met 37,50% werd gekort wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen in de periode van 20 augustus tot 16 september 2014. Appellant maakte bezwaar tegen deze korting, maar diende dit bezwaar te laat in. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend. Appellant stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege lichamelijke en psychische klachten (burn-out en depressie), maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. De rechtbank verwees naar een rapport van een verzekeringsarts die stelde dat appellant in de bezwaarperiode wel in staat was om te solliciteren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt over de verzenddatum en de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, maar leverde geen nieuwe gegevens aan over zijn gezondheidstoestand. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.