ECLI:NL:CRVB:2016:2481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken verzekering in Nederland
Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd op grond van zijn vermeende woon- en werkperiode in Nederland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen omdat niet is vastgesteld dat appellant verzekerd was voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de Svb een zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat er geen bewijs is dat appellant tussen 1966 en 1977 in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onder verschillende namen bekend was en overhandigde documenten ter ondersteuning, maar deze konden het eerdere onderzoek niet weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en de Svb, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-uitkering bevestigd.