ECLI:NL:CRVB:2016:2481

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 juli 2016
Publicatiedatum
1 juli 2016
Zaaknummer
14/5871 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken verzekering in Nederland

Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd op grond van zijn vermeende woon- en werkperiode in Nederland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek afgewezen omdat niet is vastgesteld dat appellant verzekerd was voor de AOW.

De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de Svb een zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat er geen bewijs is dat appellant tussen 1966 en 1977 in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onder verschillende namen bekend was en overhandigde documenten ter ondersteuning, maar deze konden het eerdere onderzoek niet weerleggen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en de Svb, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-uitkering bevestigd.

Uitspraak

14/5871 AOW
Datum uitspraak: 1 juli 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
25 september 2014, 12/2466 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant 2] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Nadien heeft appellant zich nog een aantal malen tot de Raad gewend en heeft met een brief van 5 april 2016 vragen van de Raad beantwoord.
Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd bij de Svb omdat hij in Nederland zou hebben gewoond en gewerkt. Met een besluit van 25 oktober 2011 heeft de Svb appellant laten weten dat hij niet voor een
AOW-pensioen in aanmerking komt, omdat niet aannemelijk is geworden dat hij verzekerd is geweest voor de AOW. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 12 april 2012 (bestreden besluit).
2. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de Svb een voldoende en zorgvuldig onderzoek heeft verricht om te achterhalen of en zo ja, in welke periodes appellant verzekerd is geweest op grond van de AOW. Uit dit onderzoek is geen bevestiging gekomen voor de stelling van appellant dat hij tussen 1966 en 1977 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De AOW-aanvraag is dan ook terecht afgewezen.
3.1.
In hoger beroep heeft appellant in essentie herhaald dat hij wel in Nederland heeft gewoond en gewerkt en dat hij onder verschillende namen bekend was. Ter onderbouwing heeft hij een aantal brieven ingezonden, gericht aan [naam 1] , [naam 2] [naam 3] of [naam 4] . Tevens heeft appellant een “Certificat de Concordance” ingezonden waarin wordt verklaard dat [naam 4] en [naam 5] dezelfde persoon is als
[appellant 1] .
3.2.
Uit het dossier blijkt dat de Svb navraag heeft gedaan bij de gemeente Utrecht, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bij de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid en bij het schakelregister, waarbij is gezocht naar de verschillende door appellant genoemde namen en geboortedata. Bij geen van deze instanties was appellant bekend. De in hoger beroep ingezonden nadere stukken kunnen niet leiden tot de conclusie dat er getwijfeld dient te worden aan de uitkomst van het onderzoek door de Svb. Als werkgever in Nederland heeft appellant slechts opgegeven V/D Bouwnijverheid Utrecht. De Svb heeft geen bedrijf met deze naam kunnen achterhalen. Er kan niet vastgesteld worden dat appellant in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt op grond waarvan hij verzekerd zou zijn geweest voor de AOW. De rechtbank heeft dus terecht het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, zodat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.
4. Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2017.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) M.S.E.S. Umans
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
IvR