Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat de griffier van de Raad het betaalde griffierecht van € 123,- aan appellanten terugbetaalt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, de erven van betrokkene, hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een AWBZ-zaak. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen op grond van artikel 8:104, tweede lid, geen hoger beroep mogelijk is.
Appellanten voerden aan dat de behandeling ter zitting niet had mogen plaatsvinden zonder uitstel, omdat zij zich onvoldoende hadden kunnen voorbereiden. De Raad oordeelt dat dit geen schending van fundamentele rechtsbeginselen oplevert, mede omdat de vertegenwoordiger van appellanten wel aanwezig was en de rechtsvraag niet complex was.
De Raad overweegt verder dat er geen sprake is van overschrijding van de bevoegdheid die het wettelijk appèlverbod uitsluit. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en geeft geen inhoudelijk oordeel over de gestelde rechtsvragen.
Tot slot wordt bepaald dat appellanten het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens wettelijk appèlverbod.