ECLI:NL:CRVB:2016:2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen met maximale terugwerkende kracht van vijf jaar
Appellant, geboren in 1935, ontving sinds juli 2000 een ouderdomspensioen met een korting van 98% vanwege een vermeende verzekeringsperiode van 49 jaar. In 2013 verzocht appellant om herziening van dit pensioen, stellende dat hij langer verzekerd was geweest. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verlaagde daarop de korting tot 84% met ingang van augustus 2013.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, waarop de Svb het pensioen met terugwerkende kracht tot maart 2008 aanpaste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het beleid van de Svb, waarbij herziening met terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar mogelijk is bij fouten van de Svb, correct is toegepast. Hoewel de oorspronkelijke beslissing onjuist was, rust de verantwoordelijkheid op appellant om tijdig bezwaar te maken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het ouderdomspensioen met een terugwerkende kracht van vijf jaar bevestigd.