ECLI:NL:CRVB:2016:24
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellante, voormalig medewerkster in een orchideeënkwekerij, meldde zich ziek met psychische en rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering op basis van een verzekeringsartsrapport dat stelde dat zij weer geschikt was voor haar werk.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het UWV-besluit bevestigde. In hoger beroep voerde zij aan dat haar pijn- en psychische klachten, waaronder een lage intelligentiescore, haar ongeschiktheid voor werk bevestigden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts had alle medische informatie zorgvuldig gewogen en concludeerde dat de klachten niet belemmerend waren voor het verrichten van het werk. De Raad vond geen reden om aan dit oordeel te twijfelen en bevestigde de beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet langer ongeschikt is voor haar arbeid en de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.