Uitspraak
OVERWEGINGEN
Amsterdam opgegeven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, dakloos en woonachtig op wisselende adressen in Amsterdam, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand. Hij gaf meerdere verblijfplaatsen op, maar handhavingsspecialisten van de gemeente Amsterdam troffen hem niet aan op de opgegeven adressen en de verklaringen van de hoofdbewoners stroken niet met zijn opgaven.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens over zijn verblijfplaatsen had verstrekt.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van de familieleden, waaronder de oma van appellant, betrouwbaar waren en dat appellant onjuiste informatie had verstrekt. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het niet kunnen vaststellen van het recht door onjuiste en onvoldoende verstrekte woongegevens.