ECLI:NL:CRVB:2016:2344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-beschikbaar zijn op opgegeven woonadres
Appellant ontving bijstand op basis van een opgegeven woonadres, maar stond sinds augustus 2013 ingeschreven op dat adres terwijl hij daar feitelijk niet woonde. Na een melding van de politie voerde de gemeente Rotterdam een onderzoek uit, waarbij appellant niet thuis werd aangetroffen bij een aangekondigd huisbezoek en niet reageerde op oproepen. De bijstand werd per 9 januari 2014 opgeschort en vervolgens ingetrokken.
Appellant voerde aan dat hij de brieven niet had ontvangen en dat hij vanwege medisch-psychische problemen zijn belangen niet kon behartigen. Deze stellingen werden niet onderbouwd met medische verklaringen of objectief bewijs. De Raad oordeelde dat appellant verplicht was juiste informatie te verstrekken en dat het college geen verwijt treft omdat het geen aanleiding had om het opgegeven adres te betwijfelen.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 9 januari 2014 wordt bevestigd omdat appellant niet woonde op het opgegeven adres en niet reageerde op huisbezoeken en oproepen.