Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
van in totaal € 168,- vergoedt;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand naar de norm voor een alleenstaande met als woonadres een kamer op een specifiek adres. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op dat adres woonde.
De Raad oordeelt dat appellant wel aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde. Dit blijkt uit zijn verklaringen, het huisbezoek waarbij zijn persoonlijke spullen werden aangetroffen, de huurovereenkomst, betaalbewijzen en correspondentie met banken. De verklaringen van buurtbewoners over zijn aanwezigheid op een ander adres zijn onvoldoende om het tegendeel te bewijzen.
Het college heeft onvoldoende onderzoek verricht en ten onrechte het standpunt ingenomen dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het college moet een nieuwe beslissing nemen na nader onderzoek. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.