ECLI:NL:CRVB:2016:2259
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift. Vervolgens heeft appellant verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de zitting op 10 mei 2016 verscheen appellant met gemachtigde, terwijl het college niet aanwezig was. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het hogerberoepschrift één dag te laat was ingediend, aangezien de uiterste dag voor indiening 8 januari 2015 was en het stuk op 9 januari 2015 werd afgegeven.
De gemachtigde voerde aan dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de termijn nog niet was verstreken en dat zij had moeten wachten op toestemming van appellant. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden geen reden vormen om het verzuim te verontschuldigen. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden opheffen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard, maar het betaalde griffierecht werd aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding; het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.