ECLI:NL:CRVB:2016:2225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen wegens ontbreken verzekerings- en huwelijkse tijdvakken
Appellante, geboren in 1949 en woonachtig in Marokko, diende een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze aanvraag werd geweigerd omdat zij zelf niet verzekerd was geweest en geen huwelijkse tijdvakken kon worden toegekend, aangezien zij pas in 1987 trouwde terwijl haar echtgenoot verzekerd was tussen 1966 en 1986.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het ontbreken van verzekerings- en huwelijkse tijdvakken doorslaggevend was. Ook haar arbeidsongeschiktheid van meer dan 65% werd niet als grond voor toekenning van het pensioen gezien.
In hoger beroep herhaalde appellante haar verzoek en stelde zij aanspraak te maken op een ANW-uitkering, maar de Raad volgde de standpunten van de Sociale verzekeringsbank dat dit niet aan de orde was in deze procedure. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 10 juni 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het AOW-pensioen wordt bevestigd.