ECLI:NL:CRVB:2016:2211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief beëindiging maatschappelijke opvang
Appellant, een Eritrese vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, had opvang in de Vluchthaven voor zes maanden. Na afloop van deze periode ontving appellant een brief van het college waarin werd medegedeeld dat de opvang beëindigd werd en werd voorgesteld het verzoek om continuering als aanvraag maatschappelijke opvang te behandelen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb bevatte. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan, omdat de brief slechts een informatieve mededeling was en geen zelfstandig rechtsgevolg had.
In hoger beroep betoogde appellant dat de brief wel een besluit was en dat hij de beëindiging van de opvang moest kunnen aanvechten. De Raad oordeelde echter dat de brief geen besluit was, omdat de einddatum van de opvang bij aanvang al vaststond en de brief slechts een informatieve mededeling en een voorstel bevatte.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brief van 4 juli 2014 geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.