ECLI:NL:CRVB:2016:216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na rugklachten
Appellante was werkzaam als postsorteerder en meldde zich ziek vanwege rugklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 23 juli 2013 op grond van een rapport van een verzekeringsarts die stelde dat zij vanaf die datum in staat was haar werk te verrichten. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de conclusies van de verzekeringsarts voldoende waren onderbouwd. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische informatie niet op de datum in geding zag en dat haar rugklachten ernstiger waren dan aangenomen, mede vanwege de zwaarte van haar werk en de belastende reis naar haar werkplek.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts had appellante gezien, het dossier bestudeerd en informatie van de behandelend sector betrokken. De rugklachten waren aspecifiek zonder duidelijk anatomisch substraat en de belastbaarheid van appellante overschreed de maatgevende arbeid niet. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.