ECLI:NL:CRVB:2016:2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken langdurige arbeidsongeschiktheid
Appellant, zelfstandig consultant, vroeg een WAZ-uitkering aan voor arbeidsongeschiktheid die in 2002 was ingetreden. Het UWV wees de aanvraag af omdat de WAZ per 1 augustus 2004 was afgeschaft en appellant niet onafgebroken arbeidsongeschikt was gebleven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant na eind 2004 niet meer arbeidsongeschikt was volgens de WAZ-normen. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel doorlopend arbeidsongeschikt was en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld.
De Raad beoordeelde dat de verzekeringsartsen op basis van 35 medische stukken concludeerden dat appellant eind 2004 weer geschikt was voor arbeid en pas vanaf begin 2007 opnieuw arbeidsongeschikt was. De medische gegevens toonden geen langdurige beperkingen voor de periode 2005-2007.
De Raad verwierp het beroep op een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering en een Functionele Mogelijkhedenlijst wegens onvoldoende medische onderbouwing. Gezien het overgangsrecht kon appellant na januari 2005 geen aanspraak meer maken op een WAZ-uitkering.
Daarmee werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; appellant heeft geen recht op WAZ-uitkering na eind 2004 wegens ontbreken langdurige arbeidsongeschiktheid.