ECLI:NL:CRVB:2016:2127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar norm thuiswonende studerende
Appellante stond ingeschreven op een adres in de gemeentelijke basisregistratie personen (brp), maar woonde feitelijk bij haar ouders. De minister kende studiefinanciering toe op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek door controleurs, waarbij werd vastgesteld dat appellante niet op het brp-adres woonde maar dat adres slechts als postadres gebruikte, herzag de minister de studiefinanciering naar de norm voor thuiswonenden en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was, mede omdat de hoofdbewoner toestemming gaf voor het betreden van de woning en de kamer van appellante niet als exclusief woongebruik gold. Appellante stelde in hoger beroep dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege onvoldoende uitleg over het doel en het ontbreken van haar toestemming voor het betreden van haar kamer.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp de herhaalde bezwaren van appellante. Er werden geen nieuwe feiten of argumenten ingebracht die tot een ander oordeel konden leiden. Het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering naar de norm voor thuiswonende studerende wordt bevestigd.